De democratische camera van William Eggleston

Los Alamos is het reisverslag van de diverse roadtrips die hij tussen 1966 en 1974 maakte. De serie begint in Memphis, de thuisstad van Eggleston, en volgt zijn rondzwervingen naar New Orleans, Las Vegas en California, eindigend in Santa Monica Pier. Tijdens deze trip kwam hij langs Los Alamos, de plaats waar in het geheim de nucleaire bom werd ontwikkeld.

William Eggleston (1939, Memphis Tennessee, US) wordt vaak gezien als de peetvader van de kleurenfotografie, omdat hij tegen de zwartwit stroom van die tijd als een van de eersten in kleur werkte. In de jaren 70 werd zijn werk als vulgair gezien, maar nu worden de kleurenfoto’s van Eggleston als iconisch gezien. Hij maakte de weg vrij voor de kunstfotografen die met kleur werkten.


William Eggleston

Eggleston kwam uit een rijke familie. Zijn ouders hadden een katoenplantage en kenden daardoor nooit geldzorgen. Zijn ouders waren weinig aanwezig en daarom groeide de jonge William op bij zijn grootouders in Mississippi. Als jongeman wist hij niet wat hij met zijn leven wilde. Hij studeerde op verschillende universiteiten. Ook studeerde hij kunst maar hij rondde uiteindelijk niets af. Nadat een vriend voorstelde om een camera te kopen, begon Eggleston op zijn achttiende met fotograferen. In zijn vroege carrière experimenteerde hij rondom zijn huis met zwart-wit film, waarbij hij zich liet inspireren door Walker Evans, Robert Frank en Henri Carter-Bresson.

Typerend voor Eggleston was zijn flamboyante levensstijl. Hij hield van geweren, drank en vrouwen. Hij had zelfs twee huizen in Memphis. Een huis voor zijn vrouw en kinderen en een huis voor zijn minnaressen. Met hen bleef hij regelmatig op tot in de late uurtjes, lustig drinkend en piano spelend. Misschien was de fotografie uiteindelijk zijn redding, want die zorgde ervoor dat hij het huis uitkwam.

Eggleston begon zijn fotocarrière niet met het afbeelden van de schoonheid van de wereld, maar met het fotograferen van de lelijkheid. Ooit zei hij over Memphis: “Alles om me heen is zo ontzettend lelijk. Er valt hier niets te fotografen.” Toen werd hem het advies gegeven om juist die lelijkheid vast te leggen. Vanaf dat moment wordt zijn werk gekenmerkt door de Amerikaanse alledaagse taferelen. Hij zocht naar onderwerpen zoals billboards, versleten plafonds, grimmige ruimtes, oude auto’s en fastfoodketens. De onderwerpen die hij als lelijk en ‘gewoon’ beschouwde, wist hij als monumenten te verbeelden. Alles wat hij zag en fotografeerde was voor hem even belangrijk, of het nu mensen of objecten waren. Hiervoor bedacht hij de term ‘the democratic camera’.

Hij werkte volgens het dye-transfer procedé, dat toen alleen nog in de reclamefotografie gebruikt werd. Deze druktechniek was zeer gecompliceerd en arbeidsintensief. De drukken werden in gespecialiseerde studio’s ontwikkeld en waren dan ook kostbaar. Bijzonder aan dit procedé is dat je tijdens iedere ontwikkelstap de kleurverzadiging, contrast en scherpte kon manipuleren. Eggleston is beroemd geworden door het dye-transfer proces, maar deze techniek is ook bekend geraakt door Eggleston. Hij heeft hij de kleurenfotografie in de kunstwereld naar een hoger plan getild.

In 1976, een periode waarin de kleurenfotografie nog niet geaccepteerd werd in de kunstwereld, exposeerde Eggleston in het Museum of Modern Art in New-York met 75 dye-transfers onder de titel ‘Color Photographs’. Dit veroorzaakte een rel in de kunstwereld. Zijn expositie werd verguisd door de pers. Ten eerste vanwege zijn triviale onderwerpen en ten tweede door zijn kleurgebruik. Zijn fotografie werd door het establishment niet serieus genomen. Nu, na vier decennia, wordt zijn werk gezien als de emancipatie van de kleurenfotografie.


William Eggleston

Eggleston had een eigenzinnige manier van werken. De meester van de kleurfotografie behandelde zijn camera als een geweer, waarbij hij zijn zoeker vermeed. Hij bepaalde eerst zijn compositie die hij vervolgens in één shot vastlegde. Hij beweerde dat hij nooit meerdere foto’s van hetzelfde beeld nam. In zijn composities kun je goed zien dat hij niet zozeer zocht naar specifieke onderwerpen maar dat hij naar kleurvlakken zocht. Het alledaagse werd voor hem een studie naar vorm en kleur. Martin Parr merkte eens op in de beroemde documentaire The genius of Photography dat Eggleston psychologische kleuren zocht. Het voorbeeld daarbij was een groene douche van een hotel die Parr deed denken aan de nazi’s. In dezelfde documentaire wordt Eggleston geïnterviewd in Frankrijk door een groep geïnteresseerden tijdens zijn expositie. Eggleston vond de vragen dom en gaf vrijwel geen antwoorden. Elke verwijzing naar een bepaalde thematiek in zijn onderwerp wees hij af: geen landschap, geen food photography. Het enige wat hij over zijn werk kon vertellen dat hij het leven van vandaag vastlegde. “I photograph life today,” zei hij gortdroog met zijn door drank en rook schor geworden stem. Alles wat hij zag was het fotograferen waard. Alle kleine en grote voorwerpen in de foto zag hij als even belangrijk. Er is geen hiërarchie in zijn fotografie. Dit was ook de reden waarom hij nooit titels aan zijn werk gaf.

Tekst door Merel Huisink