Spirituele Minor

Bijzonder vind ik de kunstenaar, fotograaf en zenboeddhist Minor White 1908 - 1976. Voor de foto’s in ZEN laat ik me door hemzelf en zijn stijl inspireren. Heel subtiel wist hij zijn emoties en frustraties te verbeelden in zijn foto’s. Inmiddels leeft hij niet meer, maar zijn werk spreekt mij nog steeds enorm aan. Voor mij is het tijdloos. De vormen en zijn gebruik van licht raken mij, waardoor ik lang naar zijn foto’s kan blijven kijken. Het is meditatief. Minor zocht naar symbolen voor wat hij voelde. Hiermee vertelde hij het diepste van zijn ziel. Ik raak ontroert van de emotie die hij metaforisch in zijn fotografie bracht. Minor legde vast wat niet zichtbaar, maar er wel was. Een gevoel overbrengen door middel van een foto. Dat vind ik prachtig. In zijn tijd werd dit in de schilderkunst gedaan. Hij deed het al in de fotografie. Wat erg vernieuwend was. Door Minors werk ontdekte ik dat je, net als bij schilderen, op een fijnzinnige manier een gevoel in een foto kunt leggen. Ik zie het als expressief fotograferen.

Minor White 1908-1976

Zijn volledige naam is Minor Martin White. Geboren in Minneapolis. Hij was een Amerikaanse fotograaf, kunstenaar, poëet, filosoof, schrijver en leraar. Op jonge leeftijd kreeg hij van zijn opa, die amateurfotograaf was, zijn eerste camera. In 1943 behaalde hij zijn diploma plantenkunde aan de Universiteit van Minnesota. Kort daarna verhuisde hij naar Portland. Daar begon zijn carrière als fotograaf. Hij werkte in opdracht voor The Works Progress Administration. Deze organisatie ontwikkelde projecten om schrijvers en kunstenaars te steunen. De artiesten documenteerden het land in de tijden van de Grote Depressie. Met de WPA exposeerde hij in het Portland Art Museum.

Nadat hij in de militaire dienst had gezeten in de tweede wereldoorlog, verhuisde hij in 1945 naar New York City. Daar heeft hij zijn diploma’s voor esthetica en kunstgeschiedenis behaald. Tijdens de studie ontwikkelde hij zijn eigen handschrift in de fotografie. Hij kwam in een cirkel van invloedrijke fotografen terecht, waaronder Alfred Stieglitz, Edward Weston en Ansel Adams. Ze raakten bevriend. Alfred Stieglitz beïnvloedde zijn vrienden met zijn equivalente manier van fotograferen.

Ze behoorden tot de F64 groep. Ze gebruikten het kleinste diafragma om grote scherpte te creëren in de foto. Het moest herkenbaar zijn bij de toeschouwer. Ze hadden aandacht voor zuivere vorm. Edward Weston was hier al ver in ontwikkeld. (Hendriks)

Minor vertelde over het dure woord ‘equivalentie’ in de fotografie. Als de foto een gevoel van erkenning draagt, dan raakt de foto het innerlijk van de toeschouwer. In zijn foto’s gaat het om het overbrengen van een gevoel. De ander raken door wat hij ziet. Wanneer dit gebeurt dan is er sprake van equivalentie. Het beeld is equivalent aan het gevoel. Ze fotografeerden niet meer op een directe manier. De F64-groep maakte verwijzingen naar het innerlijk.

Minor zocht equivalentie met symbolen en metaforen. Hij fotografeerde vooral oude schuren, deuropeningen, water, lucht en versleten muren. Dit kun je beschouwen als het alledaagse, maar er zit meer achter. In het artikel Equivalence: The Perennial Trend van Minor White uit het PSA Journal schrijft hij over lagen in de foto. Bijvoorbeeld bij een foto van een wolk is de eerste laag gewoon het beeld, maar op een ander niveau functioneert het beeld om bepaalde gevoelens en emoties op te wekken. Het is een feit dat dit alleen mogelijk is wanneer de kijker daarvoor openstaat. Equivalentie hangt af van de geest van de kijker. Minor schreef in zijn artikel het volgende:

*Photograph + Person Looking Mental Image. As we can see from the equation, Equivalence is a two-way reaction. Also we can see that only in the mental image held is there any possibility of a metaphorical function occurring. *

Je hebt een foto en de kijker. De kijker ziet zijn eigen mentale beeld. Het gaat over en weer. Wanneer de foto functioneert als equivalent in de psyché van de kijker, dan werkt het beeld als een projectie. In de kunst wordt dit expressief genoemd. Het is aan de kijker of hij zichzelf kan laten gaan en of hij wilt reageren op deze expressieve vormen. Het is een picturale ervaring. De hedendaagse kijker reageert bijna altijd onbewust op een foto. Fotografie kan daarom ook goed gebruikt worden om een product te verkopen. Je spreekt dan van “verborgen verleiders”. Maar een foto kan ook gebruikt worden voor meer verlichte esthetische doeleinden.

Foto: Minor White

Citaat van Minor White: *Not having an exact equivalent for the word "poetic" in photography we will suggest the word "vision," meaning not only sight, but insight. The effect that seems to be associated with Equivalence may be worded thus: When both subject matter and manner of rendering are transcended, by whatever means, that which seems to be matter becomes what seems to be spirit. *

In zijn artikel Equivalence: The Perennial Trend is het duidelijk dat het bewustzijn van de kijker zich spiegelt in equivalente foto’s. Mensen zijn op zoek naar herkenning. Bewust of onbewust. In de literatuur wordt dit geassocieerd met poëzie. In de fotografie suggereerde hij poëzie naar visie. Met zijn theorie leert hij de fotograaf om de camera in verbinding met het hart en de ziel te gebruiken.

*With the theory of Equivalence, photographers everywhere are given a way of learning to use the camera in relation to the mind, heart, viscera and spirit of human beings. The perennial trend has barely been started in photography. *(White, 1963)

Bron
Naar een Nieuwe Documentaire Fotografie - Hendriks
PSA Journal 1963 Equivalence: The Perennial Trend - Minor White

Tekst door Merel Huisink